Lees het redactioneel

Dat ‘femalisme’ leek, niet heel verrassend, in zowel uitgangspunt als streven sterk op feminisme.

Op LinkedIn werd ik onlangs uitgenodigd voor de groep Female Factor. In het Missie & Visie-statement op hun site las ik: “Vrouwen zijn de vernieuwers van de 21e eeuw. (…) Niets opeisen, maar afdwingen. Geen Opzij maar Zij. Geen feminisme, maar femalisme.” Dat ‘femalisme’ leek, niet heel verrassend, in zowel uitgangspunt als streven sterk op feminisme. Maar aan het woord feminisme hangen inmiddels zoveel interpretaties dat het voor sommigen blijkbaar een beladen woord is. Op de site las ik verder: “In plaats van het feministische gelijkheidsideaal (mannen en vrouwen zijn gelijk) benadrukken wij juist het verschil. Mannen en vrouwen zijn gelijkwaardige, elkaar aanvullende seksen met een eigen basiswaarde en vrouwen onderling zijn ook weer anders.” Over de tweede zin valt niet te twisten. Over de eerste zin wel. En met de juxtapositie van die twee ben je zo een paar debatavonden verder.

Sla er een willekeurige Pandora op na en je komt het tegen: de uitspraak dat vrouwen op kwaliteit willen worden beoordeeld, en niet op hun vrouw-zijn. “Gelijkwaardig, maar niet gelijksoortig”, is een tussenkop in het artikel van Anne-Marie, waarin zij stelt dat met maatwerk de talenten en kwaliteiten van medewerkers beter kunnen worden benut (pagina 14). Emke Molnar vindt dat diversiteit meer aandacht verdient in HR-beleid en pleit daarbij voor een persoonlijke aanpak (pagina 10). Prof. Ronald van Kempen en prof. Piet Hoekstra, resp. decaan en vice-decaan van Geowetenschappen, kozen voor een geheel eigen aanpak om diversiteit in het personeelsbestand een boost te geven (pagina 4).

Gelijkwaardigheid begint met het onderkennen van verschillen. Als je het gelijkheidsbeginsel zo letterlijk neemt als in het FemaleFactor-voorbeeld hierboven, begin je al met een valse start. Ik herinner me het verhaal van een vriendin uit mijn studietijd, wiens toenmalige vriendje de kwestie wel héél serieus nam. Ze gingen een keer op één fiets van de kroeg naar zijn huis; een tocht van 12 kilometer. Onder het mom van ‘emancipatie’ stapte hij, een stevige kerel van 1.90m, exact op de helft van het traject van zijn fiets af. “Zo. Nu ben jij”, zei hij, en mijn vriendin – een kleine vrouw van amper 55 kilo – mocht verder fietsen. Met haar vriend, als lichtend voorbeeld van gelijkwaardigheid, op de doorzakkende bagagedrager.