Lees het interview


De pensioenregeling van StiPP is per 1 januari 2015 veranderd. Martijn Raaijmakers (48), pensioendeskundige bij vakbond De Unie, zit namens de werknemers (uitzendkrachten, payrollers en gedetacheerden) in het bestuur van StiPP. In opdracht van StiPP interviewde ik hem over het risicoafbouwmodel en andere wijzigingen in de pensioenregeling.

Lees de nieuwsbrief


Ook hertaalde ik de inhoud van de nieuwsbrief naar B1-niveau.

Vanaf 1 juli 2015 wordt er bij het beleggen rekening gehouden met de leeftijd van deelnemers. Daarvoor is een risicoafbouwmodel gemaakt. Wat is dat?
“Het risicoafbouwmodel staat ook bekend als ‘Life Cycle beleggen’. Het is een manier om de risico’s van beleggen kleiner te maken voor mensen die richting hun pensioen gaan. De meeste mensen bij StiPP beginnen op jonge leeftijd met opbouwen van hun pensioen. Naarmate ze ouder worden, wordt hun pensioenkapitaal groter. Om ervoor te zorgen dat dit kapitaal kan blijven groeien, moet het geld belegd worden. Beleggen brengt risico’s met zich mee. Meer risico betekent meestal dat je een hogere opbrengst (positief rendement) kunt behalen, maar tegelijkertijd wordt de kans op tegenvallers natuurlijk ook groter.

Jonge mensen kunnen dat risico wel lopen. Als er iets gebeurt, hebben zij nog de tijd om verliezen te herstellen. Voor mensen die bijna met pensioen gaan, is dat anders. Zij hebben al zicht op een bepaald pensioeninkomen en de uiteindelijke uitkomst moet daar niet teveel van afwijken. Daarom heeft het bestuur van StiPP ervoor gekozen om bij deelnemers vanaf 57 jaar, de wat risicovollere beleggingen stap voor stap af te bouwen. Zo kunnen we voorkomen dat grote schommelingen op de beurs of in de rente op het laatste moment roet in het eten gooien. Het is belangrijk dat de deelnemer weet dat er wijzigingen zijn in de manier waarop wij zijn of haar pensioenkapitaal beleggen.”

“Risicomanagement is een heel groot onderdeel van het hele bestuursproces”

Moet je eigenlijk wel risico’s willen nemen?“Sommige mensen denken bij het woord ‘risico’ aan gokken, of speculeren. Maar over het algemeen zijn de risico’s, die een pensioenfonds neemt, beperkt en heeft het niets met gokken of speculeren te maken. In die gevallen denk je namelijk niet na over hoe je die risico’s in de hand kunt houden. Risicomanagement is een heel groot onderdeel van het hele bestuursproces. Eigenlijk doe je niks anders dan constant risico’s afwegen: als ik dit-of-dat doe, welke risico’s brengt dat dan met zich mee? En hoe kunnen we die beheersen? Bovendien kunnen risico’s ook positief zijn: ze kunnen zorgen voor een hoger rendement.

Niks is risicoloos en sparen via de bank is ook geen goed alternatief. Bij een pensioenfonds worden de centen verspreid over heel veel verschillende mandjes. Mocht er een mandje omgaan, dan heb je altijd die andere nog. Bij een bank neem je alleen al een flink risico door al je geld in één mand te leggen.”

Waarom was deze wijziging nodig?
“StiPP is het pensioenfonds voor uitzendkrachten, payrollkrachten en gedetacheerden. Veel mensen doen dat werk tijdelijk. Veel deelnemers zitten dus maar heel kort in de regeling en bouwen relatief weinig pensioen op. Deze kleine ‘pensioentjes’ kunnen door het fonds worden afgekocht. Het bestuur vindt het belangrijk dat die kleine pensioenen een zekere waarde hebben (en behouden), zodat deelnemers bij afkoop van het pensioen zoveel mogelijk terugzien van hun inleg. Eerder was het beleggingsbeleid vooral daarop gebaseerd: waardebehoud op de korte termijn.

Mensen werken tegenwoordig steeds vaker en langer als flexkracht. Na verloop van tijd merkten wij dat ook in de cijfers. Het aantal deelnemers dat langer in de regeling zit, wordt groter. Het kapitaal dat zij aan het opbouwen zijn, wordt ook groter. Waardebehoud op korte termijn is voor die mensen niet het beste beleid. Het kapitaal groeit dan te weinig om te zijner tijd een passend pensioen aan te kunnen kopen. Voor hen moet juist beleid worden gemaakt voor de lange termijn, zodat ze een relevant pensioen krijgen.

In de regeling van StiPP zijn alle beleggingsresultaten voor risico en rekening van de deelnemer zelf. Maar om de pensioenkapitalen voldoende te kunnen laten groeien, moeten we wel risico’s nemen. Het risicoafbouwmodel zorgt ervoor dat, naarmate de pensioendatum dichterbij komt, eventuele verrassingen in de pensioenuitkomst beperkt blijven. Tegelijkertijd laten berekeningen zien dat de gevolgen voor kleine pensioenen die worden afgekocht, beperkt zijn.”

“Als bestuurslid moet je goed kijken of de belangen van álle deelnemers zorgvuldig zijn besproken”

Een bestuur van een pensioenfonds heeft een ‘zorgplicht’. Wat houdt die in?
“Het belangrijkste kenmerk van de pensioenregeling van StiPP is dat het een premieovereenkomst is (een beschikbare-premieregeling). Dat betekent dat er geld wordt ingelegd in een soort individueel pensioenpotje. Dat geld wordt belegd en het resultaat van die beleggingen – positief of negatief – wordt bij dat potje bijgeschreven of afgeschreven. De cao-partijen bepalen de inhoud van een pensioenregeling en het is aan het fonds om daar uitvoering aan te geven. Als bestuur van een pensioenfonds heb je de plicht om goed voor de belangen van deelnemers te zorgen. Het geld moet belegd worden, de administratie moet worden geregeld, de pensioenen moeten op tijd worden uitbetaald, enzovoorts.

De onderlinge verschillen tussen deelnemers van een pensioenfonds kunnen groot zijn. Sommige mensen gaan bijna met pensioen, anderen hebben net hun eerste studentenbaantje. De belangen zijn voor iedereen verschillend. Een besluit dat mooi uitpakt voor het pensioeninkomen van een gepensioneerde, hoeft niet per se goed te zijn voor het pensioenpotje van de deelnemer die over vijftien jaar pas met pensioen gaat.

Als bestuurslid moet je daarom goed kijken of de belangen van álle deelnemers zorgvuldig zijn besproken. In de wet wordt dit ‘evenwichtige belangenafweging’ genoemd. Het betekent niet dat iedereen op precies dezelfde manier behandeld moet worden. Dat hoeft ook niet. Maar je moet als bestuur wel kunnen uitleggen waarom je bij een besluit bijvoorbeeld het belang van de ene partij zwaarder laat wegen dan dat van de andere partij. Het lastige is natuurlijk dat je het nooit helemaal voor ieder individu kunt matchen. Het zijn meestal berekeningen voor het hele fonds, waarin je zoveel mogelijk eigenschappen van alle belanghebbenden meeneemt.”


Hoe ontstaat een besluit zoals voor het risicoafbouwmodel?
“Allereerst was er de vraag of het toenmalige beleggingsbeleid nog voldeed. Nadat we hadden vastgesteld dat dat niet meer het geval was, formuleerden we een beleidsvraag. In dit geval was dat: is het mogelijk een beleggingsbeleid te maken dat de deelnemer de kans biedt op voldoende groei van zijn pensioenkapitaal, maar waarbij de kans klein is dat er vlak voor de pensioendatum nog grote dalingen in de verwachte pensioenuitkeringen zijn?

De volgende stap is informatie: het bestuur praat met deskundigen, spart met collega’s en discussieert met elkaar. We proberen ons een beeld te vormen van hoe ons besluit zou werken in de praktijk. Daarvoor gebruiken we verschillende scenario’s die ons laten zien wat er allemaal kan gebeuren. En welke gevolgen dat zou kunnen hebben voor de verschillende leeftijdsgroepen. Stel, er komt een nieuwe crisis. Wat doet dat met het pensioenkapitaal van de jongste groep? En met de pensioenen van de oudste groep?

Hierbij speelt ook mee wat het bestuur qua verandering nog acceptabel vindt. Stel, we onderzoeken een voorstel waarbij er voor een 61-jarige deelnemer voor 40% in aandelen belegd is en er zicht is op een pensioen van 1000 euro per jaar. Wij bekijken wat er gebeurt bij het scenario: ‘de aandelen gaan plotseling onderuit’. Daaruit blijkt dat er dan van die 1000 euro op de pensioendatum nog 900 euro overblijft. Wij bepalen aan de hand van de risicohouding van het fonds of dat nog acceptabel is, en waarom of waarom niet.

Op dat soort keuzes wordt het beleggingsbeleid afgestemd. In bovenstaand voorbeeld zouden we de daling in pensioenuitzicht niet acceptabel vinden en gaan we op zoek naar een betere variant. Uiteindelijk kom je in de besluitvormingsfase en maakt iedereen zijn keuze. Alle overwegingen van alle bestuursleden worden in de besluitvorming betrokken. Het besluit over het risicoafbouwmodel is dan ook niet over één nacht ijs gegaan.”

“We maken gebruik van verschillende 'scenario’s' die ons laten zien wat er allemaal kan gebeuren en welke gevolgen dat zou kunnen hebben”

Worden bij dergelijke besluiten ook deelnemers betrokken?
“Deelnemers kunnen niet zelf die percentages kiezen. Dat is aan het bestuur. Dat wij dat doen, heeft een paar voordelen. Bij het bepalen van een goed beleggingsbeleid heb je onafhankelijk advies nodig. Als je die als individu moet inhuren, is dat natuurlijk heel erg duur. Maar als het bestuur die inhuurt voor een groep van 900.000 deelnemers, zijn de kosten acceptabel. Uiteindelijk komt dat ook het pensioengeld ten goede. We hebben overigens wel van tevoren een onderzoek laten uitvoeren, omdat we wilden weten hoeveel risico de deelnemers zelf bereid zijn te nemen. Het is natuurlijk ook de taak van het bestuur het beleid doorlopend te blijven toetsen en bij te stellen, als dat nodig is.”